Hiv treft iedereen

18/08/2010 -

In maart van dit jaar kwamen in Nederland ongeveer veertig religieuze leiders uit de hele wereld bijeen om te praten over hiv, het virus dat aids veroorzaakt. Tijdens de tweedaagse bijeenkomst spraken katholieken, protestanten, joden, Bahá’í, boeddhistische monniken, hindoes, sikhs én moslims over hun rol in de hiv/aidsbestrijding. Mensen met hiv zelf waren ook aanwezig, onder wie Canon Gideon Byamagisha uit Oeganda. Hij is de eerste geestelijk leider die in 1992 bekend maakte hiv-positief te zijn. Na afloop van de bijeenkomst ondertekenden de deelnemers een gezamenlijke verklaring waarin ze zich uitspraken over het tegengaan van discriminatie en vooroordelen ten aanzien van mensen met hiv/aids. Het virus maakt zelf geen onderscheid in ras, huidskleur, sekse, religie of seksuele voorkeur. De religieuze leiders benadrukten dat aids een ziekte is en geen zonde of een straf van God. Ze onderstreepten dat God er voor alle mensen is en dat in de ogen van Allah iedereen gelijk is. Zo zei Dr. Sheikh Mohamed Gemea van de Al-Azhar Universiteit in Egypte: ‘Mensen lijden, omdat wij zwijgen, we moeten ons uitspreken. Ieder mens – ziek of gezond – maakt deel uit van dezelfde familie’.  Faghmeda Miller, een moslima die leeft met hiv en medeoprichtster is van de Zuid Afrikaanse organisatie Positive Muslims, zei ooit: ‘Het is niet hiv dat ons doodt, maar het stigma dat er aan kleeft’.

Religieuze leiders (en gelovigen) hebben een belangrijke rol als het gaat om aidsbestrijding. Door compassie, medemenselijkheid en solidariteit met de zieke medemens te prediken en uit te dragen, kunnen zij het stigma en taboe rondom hiv/aids verminderen. Zij kunnen ertoe bijdragen dat mensen met hiv met respect en mededogen behandeld worden en hierdoor kunnen indirect nieuwe infecties voorkomen worden. Een persoon die goed wordt opgevangen en ondersteund binnen de gemeenschap, is beter in staat voor zichzelf en de ander te zorgen. Hij of zij zal zich minder gestigmatiseerd of buitengesloten voelen.

Juist ten tijde van de Ramadan is het goed hier extra bij stil te staan. De negende maand van de islamitische kalender is immers een tijd van bezinning, tolerantie, liefdadigheid en verbroedering.
Islam staat voor ‘overgave’ en ook ‘compassie’ en gaat over een wereld scheppen waarin niemand gediscrimineerd of buitengesloten wordt. Hoe gaan we om met onze zieke medemens of diegenen die het moeilijk hebben? Mensen die ziek zijn, voelen zich vaak kwetsbaar. Moslims hebben de opdracht de zieke medemens te verzorgen, voor hen te bidden en aan hen te vragen voor henzelf te bidden. Een zieke staat immers dichter bij Allah en zijn of haar gebeden worden eerder verhoord. En daarin zou het niet uit moeten maken of iemand diabetes, kanker of aids heeft. Zoals eerder gezegd is ieder mens gelijk in de ogen van Allah.

Tijdens de werkconferentie op woensdagavond, 8 september aanstaande, gaan we hierover verder in gesprek. Na afloop wordt een heerlijke iftarmaaltijd geserveerd. Want samen eten verbroedert.

Bertus Tempert
Soa Aids Nederland
Programmamedewerker Etnische Minderheden

Share |

NIEUWSBRIEF

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief per e-mail

*
*

laat dit veld leeg